Het boek Jantje

Letters vergroten

Inclusiefje

Toen ik voor het eerst van de term ‘ inclusief onderwijs’ hoorde, moest ik denken aan ‘all inclusive’ reizen. Van die zogenaamde pakketvakanties. Zo’n vakantie waarvoor je alleen zelf moet controleren of je paspoort in orde is, je koffers worden nog net niet voor je ingepakt. De heen– en terugreis, de vaak luxe accommodatie, alle maaltijden en uitstapjes zitten in het vakantiepakket. Kortom: alles wordt voor je geregeld. ‘Zorgeloos genieten’ wordt dat genoemd.

Sinds enige tijd is er dus het idee van inclusief onderwijs: zoveel mogelijk leerlingen uit het speciaal onderwijs naar het regulier. Dichtbij huis, met buurtgenootjes in de klas, samen leren. Als je als leerkracht nog klassikaal doceert, is dat met deze  richting uit den boze. Omgaan met verschillen staat voor zowel leerkrachten als leerlingen, centraal. En daar gaan ze dan: Albert Autist, Dieuwertje Down, Slechthorende Simon, en  Gedragsmoeilijke Gerda, naar de ‘gewone’ basisschool. Rugzak mee met paspoort (onderwijskundig rapport), op weg naar hun nieuwe accommodatie die van alle gemakken is voorzien: Leerkrachten met passende (ortho)pedagogische en (ortho)didactische kwaliteiten, interne- en ambulante begeleiding, eventuele aanpassingen in de klas. Alles in één pakket, dit wordt ‘zorgeloos genieten’!

Klinkt goed hè! Maar ik hoor ook geluiden van leerkrachten die het als een ‘survivalvakantie’ in de Ardennen zien. Een dag in de klas wordt overleven als er zoveel verschillende leerlingen in de groep komen. Want ieder kind heeft recht op aandacht en tja, er moet ook nog onderwezen worden. Want hoe geef je kwalitatief onderwijs als je geen tijd hebt om Simon zijn hoorapparaat goed af te stellen zodat hij de les kan volgen, omdat Dieuwertje languit op de grond is gaan liggen en luidkeels verkondigt er geen zin in te hebben vandaag, Gerda een stoel door de klas gooit omdat het gepiep van Simons hoorapparaat haar irriteert en Albert driftig om zich heen mept omdat hij deze chaos niet trekt? En dat in een kleine ruimte want bij ‘survival’ bivakkeer je in een tent. En de leider van de survival (ambulant-  of intern begeleider) heeft het over samenwerken maar of jij als leerkracht wel even zelf wil bungeejumpen terwijl hij of zij vanaf de zijlijn aanmoedigt.

Gelukkig is het niet zo zwart-wit en zullen deze stereotypen met een goede werkwijze, verdwijnen. Met realistische handelingsplannen toegepast op een uniek kind en op klassenmanagement dat praktisch gezien haalbaar is, kan er een situatie ontstaan waarbij zowel kinderen als leerkracht in een prettige sfeer kunnen leren. Inclusief onderwijs moet geen retourtje worden voor de leerlingen uit het speciaal onderwijs en geen enkeltje burn-out voor de juf of meester. Het zoeken is naar een balans tussen een ‘survival-’ en een ‘all inclusive’ vakantie. Met de juiste voorwaarden als bijvoorbeeld tijd voor scholing, extra assistentie en kleinere klassen in grote lokalen, kunnen we er misschien voor zorgen dat Albert, Dieuwertje, Simon en Gerda zorgeloos kunnen leren in een eenvoudig hotel of luxe camping tussen gasten uit de buurt, inclusief een gelukkige leerkracht die samen met de leerlingen een reis kiest die bij hen past.

Maart 2007, Annemarie Jongbloed.  ©

template-joomspirit